Sugarglider
(Petaurus breviceps)
![]()

![]()
Algemeen Uiterlijk Gedrag Geluiden Voeding Biotoop Bijzonderheden Huisdier Tam maken Huisvesting Voortplanting Kleuren
Word lid van de Belangenvereniging Sugargliders Nederland !
Klik op het plaatje om naar de site van de BSN te gaan voor meer info.
nederlandse naam: Suikereekhoorn, Sugarglider
latijnse naam: Petaurus breviceps
herkomst: oost en noord Australië(sommige in zuid Australië)en op de eilanden in de buurt, Tasmanie en Papua New Guinea.
lichaamslengte: 10-20 cm
staartlengte: 15-20 cm
gewicht: man:115-160 g vrouw:100-135 g
geslachtsrijp: 7-10mnd
draagtijd: 15-17 dgn
aantal jongen: 1-3 heel soms 4
ogen open: 80 dgn na geboorte of 10 dgn o.o.p.(out of pouch)
zoogtijd: 60-70 dgn in de buidel
levensverwachting: 9 jaar in het wild ; 12 jaar in gevangenschap
Ze worden suikereekhoorns genoemd omdat ze op eekhoorns lijken, maar dit is echter de verkeerde benaming ervoor, want het zijn geen eekhoorns en zelfs geen knaagdieren maar buideldieren! Daarom noemen we ze meestal bij de engelse naam, namelijk Sugargliders.
Het hoofdje is rond en stomp. Er loopt een zwarte streep van de neus over de kop over de rug. Ze hebben een zwarte ring om de ogen dat doorloopt naar de onbehaarde oortjes. De laatste paar cm van de staart zijn ook zwart en de zweefhuid wordt ook gekenmerkt door een zwarte streep aan de bovenkant en wit aan de onderkant. De buik, borst en keel zijn wit tot zachtgeel.

De poten zijn smal en hebben 5 teentjes met nagels behalve het rudimentaire teentje aan de achterpoot. Dit teentje heeft geen nagel en functioneert als een duimpje.De achterpootjes zien er wat vreemd uit. Ze hebben een duim zonder nagel en 2 kleine teentjes met nagels die zo goed als aan elkaar zitten en dan nog 2 lange teentjes met nagels. (Zie foto's hieronder)




De sugarglider heeft een huidplooi tussen de voor en achterpoot. Als hij zich strekt vouwt de huid uit en heeft hij de grootte van een A4tje, waardoor hij op de wind kan zweven/glijden. Er zijn zweefvluchten vastgesteld van 66 meter.


© 2004 Met veel dank aan Remon Knaap voor deze prachtige foto!
Sugargliders kunnen vele geluidjes maken. Je hebt de zogenoemde bark, crab, loudcrab, hiss, sacerbark, chattering en de jerrybark.
Sugargliders mannetjes hebben 3 geurklieren: 1 op hun voorhoofd waar er een kaal plekje ontstaat, 1 op de borst en 1 bij de geslachtsdelen. Door de geurklier op de kop kun je heel makkelijk een mannetje van een vrouwtje onderscheiden.
Sugargliders zijn nachtdieren. Overdag slapen ze vaak gezamenlijk in een nest in een holle boom.
Als voer schaars is in de winterperiode gaan ze in winterrust.
Ze zijn extreem sociaal en leven vaak in familiegroepen van meer dan 12 dieren.
Er is maar 1 dominant mannetje die hun territorium afbakent, maar de hele groep verdedigt hun territorium.
Sugargliders zijn omnivoren. Ze eten graag insecten, eieren,kuikens en volwassen vogeltjes, hagedisjes. Ook eten ze plantendelen: nectar, fruit, bladeren, knoppen en sap. Hun naam hebben ze ook te danken aan het feit dat ze voornamelijk de sap van een eucalyptus boom consumeren, wat lijkt op honing.
In gevangenschap is het een beetje lastig om ze hun natuurlijke dieet te geven.
In Amerika zijn ze al jaren aan het onderzoeken welke voedingstoffen ze nodig hebben en ik probeer dat met onze nederlandse producten zo goed mogelijk te evenaren.
Het bevat misschien niet alle stoffen die ze in de natuur krijgen, maar mijn sugargliders zijn uiterst gezond, hebben een mooie, zachte, dikke vacht en ik heb al jaren goede kweekresultaten. Dit zijn de ingrediënten die ik gebruik:
-Water
-Honing
-Gepureerd fruit
-Stuifmeelkorrels (natuurwinkel, reformdrogist)
-Nutrilon soyamelk (nr 2) (drogist, apotheek, vaak op bestelling)
-Nutrix rijstebloem
-Bambix / Brinta
-Lori's opfokvoer (dierenwinkel)
-Gekookt ei
-Roosvicee
-Druivensuiker voor zoogdieren (dierenwinkel)
-Beaphar Kalk voor zoogdieren (dierenwinkel)
-Carmix, vitamine preparaat (dierenwinkel, dierentuin)
Bereidingswijze:
Breng het water aan de kook en doe de honing erbij totdat het bijna niet meer oplost en het water goudgeel is. Doe het gepureerde fruit erbij.
Ik heb zelf 1 grote emmer waar ik alle droge producten bij elkaar heb gedaan.
Ik heb 2 pakken bambix(honing en appel), 1 pak nutrilon sojamelk(nr 2), 1 zak lori's opfokvoer, 1 pak rijstebloem en 1 grote pot stuifmeelkorrels door elkaar gemengd.
Iedere dag kook ik een halve kop water, honing erbij, gepureerd fruit erbij, roosvicee en een klein stukje gekookt ei erbij en vervolgens pak ik een flinke schep van mijn droogvoer mengsel. Goed roeren totdat het een papje is. Even af laten koelen en daarna doe ik er het druivensuiker, de kalk en de carmix vitaminepreparaat erbij(overal maar 1/4 theelepeltje of minder van, want teveel vitaminen en mineralen is ook dodelijk!
Het papje kun je van smaak laten verschillen door afwisselend verschillende soorten fruit te gebruiken en verschillende smaken roosvicee.
Verders geef ik ze dagelijks vers fruit dat ik ophang aan takken en sprinkhanen en meelwormen. Ook krijgen ze heel af&toe een rauw parkieten eitje of zebravink eitje of een nestmuisje. Ik heb ze ook eens diepvrieskuikens gegeven maar dat is niet aan te raden, omdat het een enorm zooitje wordt.
Als je even geen insecten hebt kun je dit ook vervangen door kattenbrokjes. Het gaat om de dierlijke eiwitten en proteďnen die ze vooral tijdens de dracht en zoogperiode erg veel nodig hebben. Geef je tijdens de zoogtijd geen dierlijke eiwitten en proteďnen dan zullen ze al snel de jongen verstoten of opeten.
Sugargliders leven in oost en noord Australië(sommige in zuid Australië)en op de eilanden in de buurt en Tasmanie en Papua New Guinea. Ze leven in allerlei soorten bossen maar hun voorkeur gaat uit naar open bossen waar genoeg ruimte is om te zweven.
Bijzonder aan dit dier is toch wel dat het een buideldier is.
De buidel zit verticaal over de buik i.p.v. horizontaal zoals bij de kangoeroe. Dit om te voorkomen dat de jongen eruit vallen tijdens het klimmen en zweven en op deze manier heeft ze 2 zakken aan beide kanten.
Natuurlijk is de zweefhuid tussen voor- en achterpoot ook heel bijzonder waardoor dit dier kan zweven.
Als huisdier is hij in korte tijd enorm populair geworden in Amerika en nu ook in Nederland. Ze zijn zo populair geworden omdat het een klein, vrij tam beestje is met een ontzettende zachte, fluweelachtige vacht. Toch is en blijft het een exotisch dier en geen knuffeldier, alhoewel dit niet betekend dat ze niet aanhankelijk kunnen zijn. Er zijn zat verhalen bekend van mensen die hun sugarglider overal mee naartoe nemen. Toch moet men rekening houden dat het geen huisdier is voor kleine kinderen, maar met een beetje geduld en een tam nakweekdier van een goede hobbyist, kun je aan de sugarglider een geweldig huisdier hebben.
Tam
maken: Ik probeer mijn
sugargliders zo tam mogelijk te maken, omdat het diertje dan te hanteren is bij
bijvoorbeeld de dierenarts en omdat ze zo tam zijn mogen ze van mij wel eens
los, waardoor ze lekker veel ruimte hebben om te spelen, te klauteren en te
zweven. Het is voor beide partijen dus prettig als een dier handtam is.
Zodra het jonkie uit de buidel komt(na
ongeveer 70 dagen) kun je hem opbouwend vast gaan houden. Eerst aai je het
jonkie en laat je hem kennis maken met jou geur en later kun je hem steeds iets
langer oppakken. Als hij uit de buidel komt zitten de oogjes nog 10 dgn dicht,
waardoor ze heel veel op geur doen. Door hem in een "pouch"
(buideltje) om je nek te dragen went hij aan jou geur en hartslag en zit hij
veilig in een buidel. Was deze buidel niet gedurende het tam maken van een
jonkie, omdat hij dan weer helemaal opnieuw moet wennen aan de geur.
Je kan zo'n pouch (buidel) heel makkelijk zelf maken van een washandje of een lapje stof met een veter of touw zodat je hem om je nek kan hangen. Zo kun je je sugarglider later ook ergens mee naartoe nemen. Je kan de pouch ook van een rits voorzien, zodat hij niet kan ontsnappen buiten. Hou er alsjeblieft wel rekening mee dat het een exotisch diertje is dat ons klimaat niet kan verdragen, dus hou hem als het buiten koud is lekker warm. Een verkoudheid betekend absoluut de dood voor zo'n dier.
Geef ze een ruime binnenvoličre. Ze mogen absoluut niet te koud zitten dus als ze in een schuur staan of zo is verwarming een vereiste. Dit kan in de vorm van een elektrisch kacheltje of een warmtelamp. Mijn sugargliders zitten nu in een buitenvoličre met verwarmd binnenverblijf.
De voličre moet minimaal 75x75x175 zijn. Hoe hoger hoe beter aangezien deze dieren hoog in de toppen van bomen leven.
Richt de voličre in met takken en touwen, maar overdrijf niet want ze willen graag nog kunnen springen. Zweven zal in een kleine binnenvoličre niet of nauwelijks gaan.
Ik laat mijn dieren dan ook wel eens los, zodat ze lekker van kasten en muren af kunnen zweven. Als ze tam zijn zullen ze zekers bij je komen en met iets lekkers zijn ze makkelijk weer in hun hok te lokken. Tamme sugargliders kun je vaak makkelijk hanteren, ze bijten eigenlijk vrij zeldzaam en bijna nooit door.
Zoals ik al eerder vermelde zijn sugargliders buideldieren. Ze hebben een buidel (pouch) van ongeveer 12.5 mm lengte en zit verticaal midden op de buik, dus niet horizontaal zoals bij de kangoeroe. Hierdoor heeft ze aan beide kanten een buidelzak waar 2-3 jongen in kunnen zitten. Er zijn zelfs gevallen bekend van 4 jonkies in de buidel. De mannetjes hebben 2 (hemi)penissen, wat erg ongebruikelijk is in de zoogdierenwereld.
![]() |
![]() |
![]() |
| Hier is de buidel duidelijk gemaakt met zwart |
Mannetje |
jong mannetje |
Sugargliders zijn geslachtsrijp als ze 7-10 maanden oud zijn. Het broedseizoen loopt van Juni tot November. Maar in gevangenschap zijn de vrouwtjes vaker drachtig.
Er is maar 1 dominant mannetje dat alle
vrouwtjes dekt. Als een mannetje een vrouwtje wilt dekken wrijft hij met zijn
voorhoofd(geurklier) langs haar buik en als ze hem accepteert doet zij hetzelfde
bij hem en zal de dekking spoedig plaats vinden. De draagtijd is heel kort. Na
15-17 dagen worden er 1-3 half ontwikkelde jonkies geboren. ze wegen minder dan
0.5 gram en zijn maar 5 mm groot. Ze klimmen meteen over de buik de buidel in en
zuigen zich vast aan 1 van de 4 tepels en blijven zo 60-70 dagen in de buidel
zitten.
Na die 60-70 dagen komen ze uit de buidel, maar klimmen vaak weer terug voor de warmte. Na 10 dagen gaan de ogen open. En na een maand o.o.p.(out of pouch) eten ze vast voedsel. Hoewel ze vlug onafhankelijk zijn blijven ze in de natuur meestal nog jaren dicht bij mama.
Kleuren
en kleurmutaties
Kleuren variëren van blauw-grijs tot bruin-geel. ook bestaan er albino exemplaren, witte met zwarte ogen en een zo genoemde white-face(witgezicht). Door onderlinge kruisingen zijn er inmiddels al heel wat kleurslagen ontstaan.
Hier 2 mooie links naar pagina's over de kleurvariaties:
![]()