De genetkat heeft een
lichtgrijze tot geel-bruine vacht met donkerbruine tot zwarte vlekken. Bij
bepaalde soorten (Genetta tigrina oftewel tijgergenetkat) bevatten de
zwarte vlekken een bruine vlek erin. Vanaf zijn schouders loopt er
een donkerbruine tot zwarte streep over zijn ruggewervels naar de
staartwortel. Zijn lange witte staart bevat ongeveer 8 donkerbruine tot
zwarte ringen en eindigt met een flinke zwarte punt.
De Genetta genetta (Europese genetkat
of klein gevlekte genetkat) heeft
deze lange zwarte staartpunt niet.
De genetkatten die in de drogere
gebieden leven zijn vaak lichter van kleur dan de genetkatten die in een
vochtiger bosrijke gebied leven.
De
gewone Genetkat (genetta genetta) [boven]
![Small Spotted Genet (genetta genetta) [above] and Large Spotted Genet (genetta tigrana) [below]](images/tijger2.jpg)
de
tijger Genetkat (genetta tigrina) [onder]
Zijn poten zijn in
vergelijking met zijn langgerekte, slanke lichaam erg kort.
Hij heeft een spitse, witte snuit met zwarte strepen vanaf de neusbrug
naar de kin toe. De kin is wit en ook onder de ogen heeft hij witte
vlekken, dit ter weerkaatsing van het licht in het donker, zodat hij
uitstekend kan zien.
Hij heeft vrij grote, afgeronde, lichtbehaarde oren.
De ogen zijn donkerbruin tot geel en bevatten een ovale pupil.
Als het licht erin schijnt krimpen ze tot kleine verticale streepjes.

Hoewel hij
erg op een kat lijkt is het geen familie van de kat maar van de
Viverridae. De civetkatachtigen dus (onder te verdelen bij de
marterachtigen). De familie wordt ook wel sluipkatten
genoemd.
De jongen heten dus geen kittens, wat iedereen denkt, maar pups!
Beschrijving:
Viverridae
Slank
lichaam met een kleine kop met een spitse snuit en vaak kleine oren ; ze
staan laag op de poten waaraan 5 tenen zitten ( zelden aan de
voorpoten 4 ) , de nagels zijn gedeeltelijk intrekbaar ; lange , vaak
geringde staart ; alg . tandformule : 3/3 , 1/1 , 4/4 , 2/2 ; voedsel :
kleine zoogdieren , ongewervelden en planten
Tot de viverridae behoren behalve de civetkatten en de
genetkatten de minder bekende linsangs en de roofdieren uit Madagascar (de
falanoek, de fossa en de fanaloka). Ze vertonen een sterke gelijkenis met de
oeroude roofdieren uit het Eoceen (vaak miaciden genoemd). Sommige zien
eruit als katten met lange lijven en korte poten, andere als mangoesten
(waaraan ze wellicht nauw verwant zijn) en weer anderen als veelvraten of
zelfs otters. Dit komt omdat ze zich hebben aangepast aan zoveel
verschillende leefmilieus. Ze zijn over het algemeen omnivoor en eten
vruchten, eieren en kleine dieren. Veel viverridae hebben een prachtig
getekende vacht, vaak met vlekken.
|